Essay · Landschap · korte versie

De stad als bestuiversrefugium

Terwijl insecten in natuurgebieden verdwijnen, neemt het aantal wilde bijensoorten in Amsterdam toe. Wat betekent dat voor de stad?

Hans Kalliwoda·3 minuten lezen·Lees het origineel (PDF)
Kinderen verzorgen de planten van een BeeTotem
Bewoners verzorgen een BeeTotem

Jarenlang dachten we dat natuur buiten de stad beschermd moest worden en dat de stad het probleem was. Maar in dezelfde periode dat de hoeveelheid vliegende insecten in Duitse natuurgebieden met meer dan driekwart afnam, steeg het aantal wilde bijensoorten in Amsterdam van ongeveer 45 naar ruim honderd.

Dat komt onder meer doordat steden minder gif gebruiken en extensiever maaien. Zo ontstond in de stad iets wat buiten steeds zeldzamer werd: een mozaïek van voedsel zonder voortdurende chemische druk.

Van meer groen naar spreiding

Wilde bijen vliegen maar 100 tot 300 meter. Meer groen helpt ze dus niet vanzelf: het gaat erom dat de juiste planten en nestplekken binnen hun bereik liggen, soort voor soort. Dat heet spreidingsbeleid.

In Amsterdam is de stad daarvoor verdeeld in 104 zones, elk met een eigen bijensoort en een eigen BeeTotem.

De open vraag: water

Kan schoner water in de stad, uit regentonnen, dakgoten en binnentuinen, ook een verklaring zijn? Dat is nog niet onderzocht.

Let op: dit is een hypothese, geen bewijs.

Kort uitgelegd

Waarom gaat het in de stad beter?

Minder gif en stikstof, en misschien schoner drinkwater uit dakgoten, regentonnen en plassen. Dat laatste is een open vraag, geen vaststaand feit.

Kernpunten

  • Meer dan de helft van de Nederlandse wilde bijensoorten staat op de Rode Lijst.
  • Amsterdam: ongeveer 45 soorten rond 2000, meer dan 100 met langere meetreeksen. Het gaat om soorten, niet om aantallen bijen.
  • In 65 beschermde Duitse natuurgebieden nam de hoeveelheid vliegende insecten tussen 1990 en 2017 met meer dan 75 procent af.
  • Amsterdam plant en zaait elk jaar ongeveer 70.000 m² gifvrij groen.
  • De Europese Natuurherstelverordening: de achteruitgang van bestuivers moet uiterlijk in 2030 gestopt zijn.

Bron: H. Kalliwoda, De stad als bestuiversrefugium. Spreidingsbeleid en de hydrologische blinde vlek. Tijdschrift Landschap, verschijnt 2027.

Van lezen naar planten.

Zoek de bij die bij jouw buurt hoort, en plant haar bloemen.